'Waarschijnlijk onderschatten we het aantal besmettingen'

Het coronabeleid bestaat uit drie pijlers, herhaalt het kabinet steeds: de zorg niet overbelasten, de kwetsbaren beschermen en zicht houden op het virus. Voor dat laatste is het onder meer belangrijk om voldoende testcapaciteit te hebben, en...

'Waarschijnlijk onderschatten we het aantal besmettingen'

Het coronabeleid bestaat uit drie pijlers, herhaalt het kabinet steeds: de zorg niet overbelasten, de kwetsbaren beschermen en zicht houden op het virus. Voor dat laatste is het onder meer belangrijk om voldoende testcapaciteit te hebben, en te weten waar besmettingen plaatsvinden.

Maar het is maar zeer de vraag of dat zicht er op dit moment voldoende is. "Ik denk zelfs dat het zicht nog nooit zo slecht is geweest", zegt coronadata-analist Marino van Zelst. Dat heeft twee redenen: we onderschatten waarschijnlijk het aantal besmettingen, zegt hij, en we weten niet goed hoe die zich vertalen in andere indicatoren zoals ziekenhuisopnames.

Het aantal nieuwe positieve gevallen steeg vanaf eind juni spectaculair: in tien dagen tijd ging het van nog geen 600 positieve tests per dag naar bijna 10.000. Maar sinds vorige week blijft het aantal een beetje hangen rond dat getal. Het daalde een aantal dagen, en steeg daarna weer naar boven de 11.000. De enorme groei lijkt er uit.

Dat kan betekenen dat het aantal nieuwe mensen dat besmet raakt ook niet meer zo explosief groeit, onder meer vanwege de maatregelen die het kabinet 9 juli aankondigde. Van Zelst: "Maar ook voordat er flink werd versoepeld op 26 juni was het R-getal al ver boven de 1. Dus het is echt de vraag of de verscherpingen het R-getal weer onder de één brengen." Als het getal boven de 1 blijft, zou je dus een duidelijker stijging moeten zien.

40 kilometer reizen

Een andere mogelijkheid voor de relatieve stagnatie: er worden op dit moment niet genoeg tests verwerkt. Volgens Van Zelst zijn daar aanwijzingen voor: "Bij steekproeven voor het maken van een testafspraak zie je dat mensen soms pas een dag later en 40 kilometer verderop terecht kunnen. De teststraten zijn overvol."

De GGD zegt dat er sinds de besmettingen weer begonnen te stijgen geen moment geweest is dat iemand niet binnen 24 uur getest kon worden in zijn omgeving, aldus een woordvoerder: "Het kan bijvoorbeeld zijn dat je in Amsterdam niet op je voorkeurslocatie getest kan worden, en in sommige regio's dat je wat verder moet reizen. Maar wij hebben geen capaciteitsprobleem gezien." De gemiddelde tijd tussen test en afspraak is volgens de GGD 16 uur. Tussen 5 en 11 juli werden er in totaal 376.000 tests afgenomen. Deze week, zaterdag en zondag niet meegeteld, zijn dat er al 370.000, dus het aantal tests van een week eerder zal overtroffen worden.

Maar is dat wel genoeg? Het percentage positieve tests ligt tussen de 14 en 15 procent. De maatstaf van de Wereldgezondheidsorganisatie is maximaal 10 procent. Daarboven is de kans groot dat je besmettingen mist, omdat je niet genoeg verdachte gevallen test. Van Zelst: "Als mensen ver moeten reizen en lang op de uitslag moeten wachten, bestaat het risico dat ze zich niet laten testen."

Er is wel een capaciteitsprobleem bij laboratoria, zegt de GGD, met name de labs die ook tests uitvoeren voor mensen die op vakantie willen. Vakantiegangers kregen niet op tijd een uitslag via testenvoorjereis.nl, omdat de laboratoriumcapaciteit bij het bedrijf Saltro moest worden gebruikt voor reguliere coronatesten. In zes regio's voeren de GGD's geen coronatesten meer uit voor mensen die op vakantie willen omdat een ander lab, Eurofins, de binnengekomen tests niet snel genoeg kan verwerken. "Maar alsnog is de gemiddelde tijd tussen een afgenomen test en de testuitslag 18 uur, al kunnen er per regio best uitschieters zijn."

Verhoudingen besmettingen en ziekenhuisopnames

Eén van die regio's is Groningen. Een deel van de Groningers moest meer dan 48 uur wachten op zijn testuitslag, zei de GGD daar gisteren. Van Zelst: "Je ziet dan in de data een opvallende terugval. In Groningen waren er bijvoorbeeld een paar dagen lang 400 positieve tests, en een dag later opeens 100." De combinatie van al die factoren kan de cijfers behoorlijk vertekenen.

Maar de vraag blijft ook: wat betekenen 10.000 of 11.000 positieve tests (of meer) nou voor de belasting van de zorg? Als je dat niet weet, is de juiste maatregelen treffen moeilijk. "We zien de ziekenhuisopnames nu ook weer oplopen", zegt Van Zelst. "Maar in een andere verhouding dan eerst omdat we aan het vaccineren zijn. We weten alleen nog niet in welke verhouding. Dat maakt de huidige situatie heel lastig te duiden."